SamenSpraak Rivierenbuurt is een buurtinitiatief wat minimaal ondersteund wordt door het WOOR en ontwikkeld door Gilde Nederland

SamenSpraak: tips om mee aan de slag te kunnen.

Tips

Wanneer u behoefte heeft aan meer materiaal om uw SamenSpraak-contact inhoud te geven, zijn er de volgende mogelijkheden:
Bij het SamenSpraakkantoor in de Rijnstraat 115 krijgen Nederlandstaligen dit al mee bij de intake. Ook kunt u een aantal relevante boeken inzien.

Informele taalverwerving
Onderstaande regels, tips zijn onder andere afkomstig van professor R. Appel, hoogleraar tweede taalverwerving aan de Universiteit van Amsterdam. Hij maakt onderscheid tussen:

• Gestuurd een taal leren: met oefeningen en lessen.
• Ongestuurd een taal leren: zoals kinderen een taal leren: zonder boeken, maar omringd door mensen die hun best doen met het kind in contact te komen.

Bij ongestuurd een taal leren ligt de nadruk op communicatie, op elkaar begrijpen, op de inhoud van de taal. Kortom, op integratie.
Naarmate mensen meer gemotiveerd zijn om te communiceren met de andere taalgemeenschap zal deze ongestuurde taalverwerving beter gaan. Daarom is het belangrijk een goed contact op te bouwen, vertrouwen te winnen, goed te luisteren naar wat mensen bezighoudt.
Daarom is het belangrijk niet constant te verbeteren. Als mensen bang zijn fouten te maken stagneert de communicatie. Zorg ervoor niet in de verleiding te komen een andere dan de Nederlandse taal te spreken.

12 Gouden regels
1. Praat correct maar eenvoudig (niet het brabbeltaaltje van kinderen overnemen).
2. Spreek langzaam.
3. Laat woord grenzen horen.
4. Ga niet in op dubbele betekenissen van een woord. Als het kopje (om uit te drinken) aan de orde is, begin dan niet tegelijk over de andere betekenis (hoofdje).
5. Vermijd figuurlijk taalgebruik. Dat zal niet eenvoudig zijn. De taal zit er vol mee: ’Hoe loopt het bij jullie?’, ’een blik op de klok werpen’, enz.
6. Beperk je tot één onderwerp. Duidelijk afgesproken (en eventueel voorbereid). Men weet dan in welke richting de betekenis van woorden, van het gesprek gaat.
7. Vermijd dat men ja of nee kan antwoorden (zonder dat duidelijk is of men de vraag begrepen heeft). Dus niet: ’Ben je met de tram gekomen?’, maar: ’Hoe ben je hier gekomen’.
8. Verbeter niet teveel: het gaat om de communicatie, om begrijpen. Demotiveer de mensen niet.
9. Maak zoveel mogelijk impliciete correcties. Zeg niet: ’Dat doe je fout’, maar herhaal de zin op de juiste manier. Zeg na de opmerking: ’Ik maken de afwas’: ’O, jij doet de afwas’.
10. Gebruik, bij beginnelingen, verschillende methodieken.? Praat niet alleen. Laat mensen gebruiksvoorwerpen tekenen, aanwijzen, beetpakken. Ga daartoe eens naar een warenhuis, naar een markt, naar een museum, etc. Laat mensen handelingen ook verrichten (ik sta op, ik ga zitten, ik geef een hand).
11. Men beheerst een taal sneller passief dan actief.? ’Hoe heet dat ding (kopje)’ is moeilijker dan: ’wijs (temidden van drie voorwerpen) het kopje aan’.
12. Tot slot: staar je niet blind op resultaten, productie.? Realiseer je dat communicatie met iemand uit de Nederlandse samenleving voor de betrokkenen vaak al veel betekent. Dit vormt de basis voor verdere contacten, integratie, en taalverwerving. Realiseer je dat bij het leren begrijpen van het Nederlands, de passieve taalverkenning eerst komt en tijd kost. Pas daarna kunnen anderstaligen zich echt gaan ontwikkelen in het (vlot) spreken van de taal. Om per gesprek toch het gevoel te krijgen dat u resultaat heeft geboekt, kunt van tevoren een doel voor uzelf en de anderstalige stellen. Zo voorkomt u dat u en de anderstalige afdwalen, er geen leereffect is en het gesprek chaotisch verloopt.

Verschillende manieren om tot SamenSpraak te komen
• Tips van begeleiders.
• Samen wat doen.
• Samen musea bezoeken.
• Samen winkelen.
• Samen koken.        
• Een rollenspel spelen.
• Vraag en antwoordspelletjes doen.
• Fietsen leren in een park waardoor gespreksstof ontstaat.
• Samen oefenen telefoongesprekken te voeren.
• Scrabbelen.
• Samen kleding maken.
• Tijdens een wandeling de anderstalige laten vragen: ’Hoe laat is het?’ en ’Waar is de bibliotheek?’.

Gespreksonderwerpen
• Praten over eigen land en Nederland.
• Praten over mijn en haar/zijn leefsituatie
• Bespreken van situaties thuis, op straat en op de markt.
• Praten over alledaagse dingen.
• Praten over alles in en om de keuken: waar belangstelling voor bestaat.
• Praten over gebeurtenissen in Amsterdam.
• Klokkijken oefenen.
• Spreekwoorden bespreken.
• Zinnen en woorden oefenen die de hele dag gebruikt worden.

Wekelijks bespreken: welke vragen, problemen sinds de vorige keer. Huiswerk dat de anderstalige bijvoorbeeld t.b.v. een opleiding moet maken kan ook een interessant onderwerp zijn.

Materiaal als aanleiding voor een gesprek
• Krant, tijdschrift.
• Buurtbladen.
• Boeken
• Beeldwoordenboek.
• Gedichtjes van Annie M.G. Schmidt.
• Nederlandse liedjes, kinderliedjes.
• Kinderboeken.
• Diverse reclamefolders met veel plaatjes.
• Kookboek met plaatjes van groente, fruit, vis, etc.
• Toeristische atlas: waar komt u vandaan.
• Foto’s.
• Eenvoudige, door de anderstalige zelf geschreven verhaaltjes.
• Zelf gemaakte tekeningetjes rondom een te bespreken situatie.
• Zelf voorlezen en laten voorlezen en dan vragen waar het over ging.
• Samen hardop een boek lezen en ingaan op onbekende uitdrukkingen.

Schrijven als basis voor een gesprek
• Een briefwisseling en die vervolgens bespreken.
• Samen een boodschappenlijstje maken.
• Samen formulieren invullen.
• E-mailen (b.v. met familie in het buitenland).
• Bespreken van dagboek of op cassettebandje ingesproken dagelijkse gebeurtenissen. 
• Dicteren van teksten.

Nederlands leren verstaan
• TV (waaronder jeugdprogramma’s) en radio bieden uitstekende gelegenheid om Nederlands, uitgesproken door verschillende mensen met verschillende accenten te leren verstaan.
• Programma’s bieden bovendien goede onderwerpen voor gesprek.

Overige tips
• Anderstaligen thuis iedere dag een stukje tekst hardop laten voorlezen.
• Anderstaligen uw woorden laten herhalen.
• Gesproken taal ondersteunen met gebarentaal.